“Veel naasten van verslaafden raken verstrikt in de valkuil van perfectie. Waarom doen we dit, en hoe kunnen we leren loslaten? Lees het in deze blog.”
Als je naast iemand leeft die worstelt met een verslaving, beland je vaak onbewust in een rol die je nooit gekozen hebt. Je probeert orde te scheppen in de chaos, verantwoordelijkheid te dragen die niet van jou is, en je gaat streven naar een soort perfectie. Alsof jouw voorbeeldgedrag de ander kan redden. Maar dat streven is een valkuil – eentje die je langzaam leegzuigt.
Het masker van perfectie
We leren onszelf een masker aan: sterk blijven, emoties inslikken, altijd “het goede voorbeeld” geven. De omgeving prijst je: “Amai, jij blijft zo rustig, zo sterk.” Maar achter dat masker woedt een storm. Ik herinner me hoe ik ooit politie en deurwaarders over de vloer kreeg door de keuzes van mijn verslaafde partner. En toch hield ik mijn gezicht strak, alsof het normaal was. Ondertussen was het al een gewoonte geworden mijn eigen gevoelens opzij te schuiven voor de verslaafde. Want ja als ik mij niet kon beheersen, hoe zou hij het dan nog kunnen?
Maar vanbinnen was ik niet rustig, het was een aangeleerde apathische reactie, ook wel een copingstrategie genoemd: ‘ik onderdrukte mijn gevoelens om in deze moeilijke context te blijven overleven’.
Dat is wat perfectie doet: het maakt je onzichtbaar in je eigen pijn. Het is daarom niet abnormaal dat elke betrokken naaste van een verslaafde zo een copingstrategie heeft ontwikkeld.
“Het lijkt op kracht, maar het is een vorm van verdoving”.
Schuld en schaamte als brandstof
Naasten voelen zich vaak schuldig: “Ik mag geen fouten maken, ik moet sterk zijn, ik moet bewijzen dat ik het wel kan dragen.”
We nemen verantwoordelijkheid die niet van ons is. We gaan zelfs ons eigen gedrag aanpassen – geen druppel alcohol meer, altijd braaf, altijd zorgend – omdat we geloven dat dit de ander kan helpen. Maar zo wordt schuld en schaamte de brandstof waarop we draaien.
En toch… is het eigenlijk niet doodnormaal dat we ook onze pedalen verliezen, na zolang overleven in een situatie die ons langzaam leegzuigt?
Ik geef eerlijk toe: ook ik ben mijn remmen verloren. Niet omdat ik “zwak” was, maar omdat ik te weinig ondersteuning kreeg in mijn proces. Er waren wel praatgroepen, kleine cursusjes die ik kon volgen, maar de ruimte om echt mijn emoties te uiten en los te laten… die was er niet. Ik had nood aan intensieve en kwalitatieve begeleiding zoals de verslaafde kreeg. Een vertrouwelijke omgeving voor mij, losgekoppeld van de verslaafde zelf. Ik was op een gegeven moment zelfs boos dat ik echt dacht ‘amai die mag gewoon even gaan uitrusten, maar ik mag het hier allemaal alleen verwerken: thuis komen in een leeg huis, bang zijn van elk geluid dat ik hoorde, mij niet veilig voelen op straat,..’. Het voelde alsof ik niet bestond.
En toen ik eindelijk wel op de rem ging staan, om mezelf wat ademruimte te gunnen, werd dat me op mijn werk zelfs kwalijk genomen. Alsof voelen en vertragen niet mocht.
Want dat is de maatschappij waarin we leven: “we gaan maar door”. Er is weinig plaats voor kwetsbaarheid, terwijl verslaving juist alles naar boven haalt. Het is een familieziekte: wat de verslaafde meemaakt, komt mee naar huis, en legt ook een zware last op de schouders van de anderen.
Als je brandstof op is, kan je niet blijven rijden. Dan moet je stoppen, bijtanken, je gevoelens toelaten. Want alleen zo kun je verder.
Een spiegel uit mijn jeugd
Ik groeide op met een oom die gewelddadig was. Het gerecht moest tussenkomen, maar wij, als kinderen, moesten “doen alsof alles normaal was”. Alsof wij sterk genoeg waren om de scherven te dragen.
Daarnaast was de transgenerationele overdacht van onze overgrootouders erin gepompt “iemand ouder dan jou spreek je niet tegen“, “en de mannen hadden nog altijd het laatste woord”.
Later, toen ik iemand vertelde hoe moeilijk ik het had met dat gedrag, zei die: “Charline, dat is zijn gedrag. Dat is niet het jouwe.”
Die zin was een spiegel. We dragen zoveel schaamte die niet van ons is, omdat we geloven dat we “perfect” moeten zijn om te compenseren voor het gedrag van de ander.
Ons socialistische gedrag maakt ons te afhankelijk van anderen, wij willen de brandnetels voor anderen wegruimen en dragen als gevolg mee de verantwoordelijkheid.
Eigenlijk zijn we allemaal nog kleine kinderen
Het streven naar perfectie heeft vaak zijn wortels in onze kindertijd. Als kind leren we: “Als ik goed doe, word ik gezien. Als ik faal, word ik gestraft.”
Wanneer we als volwassene naast een verslaafde leven, triggert die oude angst opnieuw. We proberen opnieuw het brave kind te zijn, dat alles rechtzet en zorgt dat niemand ons iets kan verwijten. Maar in werkelijkheid is dat onmogelijk. Want we zijn geen perfecte kinderen, we zijn volwassenen die mogen falen en mogen voelen.
We leven sowieso in een wereld die ons voortdurend pusht: beter presteren, sterker zijn, meer kunnen. Combineer dat met het leven naast een verslaafde, en je zit gevangen in een dubbele druk. Maar zoals psychiater Dirk De Wachter zegt: “Het is de kunst van ongelukkig te zijn.”
Pas als we durven erkennen dat het zwaar is, dat we fouten maken, dat we breekbaar zijn – pas dan ontstaat er ruimte voor heling en zelfzekerheid.
Durf af en toe opnieuw te lachen met jezelf, met de probeersels die je weer hebt uitgevoerd om toch maar perfect te lijken of om goed gezien te worden.
De sleutel: leg de verantwoordelijkheid terug
De grootste fout die we maken, is denken dat de verslaving onze verantwoordelijkheid is. Maar dat is het niet. We kunnen het proces van de ander niet overnemen. Wat we wel kunnen, is onszelf tonen in onze kwetsbaarheid, ook richting hulpverlening. We hoeven geen perfect plaatje te zijn. Want heling begint waar we stoppen met compenseren voor de ander, en beginnen met zorg dragen voor onszelf.
Perfectie lijkt misschien veilig, maar in werkelijkheid is het een kooi. De sleutel zit niet in harder ons best doen, maar in loslaten, in eerlijkheid, en in het durven erkennen: ik ben ook maar mens.
Ik heb nog veel geweend, met stenen gegooid in het water, getrild van emoties,.. Na lang overleven is het tijd om jezelf te aanvaarden met al die emoties, al die gedachtes en al dat voelen..
En dat is meer dan genoeg.
“When we are no longer able to change a situation, we are challenged to change ourselves” – Viktor frankl
Herken je jezelf hierin en wil jij jezelf terug omarmen? Plan een gratis kennismakingsgesprek in.
Veel liefs, Charline