Professionele begeleiding & coaching voor naasten van verslaafden

Rouw bij naasten van verslaafden

Vandaag wil ik verder ingaan op het thema rouw bij familie en naasten van mensen met een verslaving.
Zoals ik eerder al schreef, worden familieleden en naasten vaak overspoeld met goedbedoelde adviezen en oordelen:
“Laat het gewoon los.”
“Je leeft maar één keer, hé.”
“Je bent nog zo jong…”

Soms wordt zelfs medicatie voorgeschreven — angstremmers of antidepressiva — terwijl dat vaak een pleister is op een veel dieper liggende wond.

Deze adviezen komen voort uit onwetendheid: onwetendheid van de omgeving en van een zorgsysteem dat kreunt onder administratie, tijdsdruk en protocollen. Want het gaat niet over “gewoon loslaten”. Het gaat over leren omgaan met de gevoelens die de verslaving bij familie en naasten oproept — gevoelens die diep, complex en divers zijn.

Rouw om iemand die er nog is

Vandaag wil ik het specifiek hebben over rouw.
Rouw om iemand die overleden is aan de gevolgen van een verslaving, maar ook rouw om iemand die nog leeft, maar “niet meer helemaal aanwezig is”.
Elk familielid of elke naaste komt vroeg of laat met dit soort rouw in aanraking.

Huh? Rouw voor iemand die er nog is?
Ja. Rouwexpert Pauline Boss noemt dit ambigue rouw: rouw bij een verlies dat onduidelijk of onvolledig is.

Ik geef een voorbeeld uit mijn eigen leven. Toen ik mijn ex-partner leerde kennen, hadden we een diepe mentale klik. We konden praten, lachen, verbinden. Maar na verloop van tijd veranderde hij: hij werd afstandelijk, gesloten.
Ik vroeg me vaak af: “Waar is de man die ik heb leren kennen?”
Ook zijn familie herkende dat gevoel. Ik rouwde om de persoon die hij ooit was.

Soms droomde ik zelfs dat hij dood naast mij lag. Zo groot was mijn angst om hem te verliezen — zo diep zat mijn rouw.

Mijn nonkel was ook iemand met destructieve patronen, maar soms zag ik flitsen van de man die hij had kunnen zijn. Dat contrast maakt de rouw nog zwaarder: je houdt van iemand, maar moet leven met de pijn dat die persoon niet meer helemaal bereikbaar is.

Als naaste van iemand met een verslaving ken je dat gevoel waarschijnlijk: de persoon is er fysiek nog, maar mentaal niet meer.

Omgaan met rouw

Rouw is geen rechte lijn. Het is vallen en opstaan, eb en vloed.
De bekende rouwfasen van Elisabeth Kübler-Ross — ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en aanvaarding — verlopen zelden in een vaste volgorde.
Soms ga je van onderhandelen naar ontkenning, dan weer naar verdriet en pas later naar aanvaarding.

Onze maatschappij is sterk gericht op geluk: “Laten we iedereen blij maken.”
Maar dat voortdurende pushen naar positiviteit is niet gezond. Rouw hoort bij het leven.
Het idee dat rouw ooit “overgaat” is een misvatting: je leert er gewoon beter mee omgaan.

Zie rouw als golven die af en toe weer opkomen.
De mooiste tip die ik kan geven: laat het verdriet er zijn.
Elke traan is een teken van liefde.
Wees dankbaar voor wat er ooit was, en neem die liefde en lessen mee naar de toekomst.

Ambigue rouw: schuld en schaamte

Bij ambigue rouw ervaren veel naasten vooral schuldgevoelens en schaamte.
Schuld, omdat ze bijvoorbeeld iemand hebben laten opnemen of omdat ze genieten van het leven terwijl de verslaafde strijdt.
Schaamte, omdat ze zich afvragen:
“Wat zullen mensen van mij denken?”
“Zullen ze mij naïef vinden?”

Veel naasten gaan zich identificeren met de verslaving van hun dierbare.
Maar onthoud dit goed:

“Ik heb liefde gegeven en het goede gezien in die persoon. Dat zegt iets over mijn hart, niet over mijn naïviteit.”

Hoe ga je als omgeving om met iemand in rouw?

Wanneer iemand in je omgeving een dierbare verliest — aan een verslaving of op een andere manier — is het vaak moeilijk om te weten wat te zeggen.
We willen troosten, maar soms raken onze woorden juist de verkeerde snaar.

Veel mensen vragen uit gewoonte: “Hoe gaat het met je?”
Maar voor iemand in rouw is dat een moeilijke vraag.
Het voelt vaak als: “Ik moet sterk zijn, ik moet zeggen dat het goed gaat.”
Terwijl dat helemaal niet hoeft.

Probeer in plaats daarvan eens te vragen:

“Hoe is de afgelopen periode voor jou geweest?”
of
“Wat was de zwaarste dag de voorbije tijd?”
of
“Wat helpt jou een beetje op dit moment?”

Dat soort vragen opent ruimte voor eerlijkheid.
Ze nodigen niet uit tot een sociaal wenselijk antwoord, maar tot echt contact.

Je hoeft het verdriet van de ander niet op te lossen.
Je aanwezigheid, je stilte en je bereidheid om te luisteren zijn vaak het grootste geschenk.
Zeg gerust: “Ik weet niet goed wat ik moet zeggen, maar ik ben hier.”
Echte nabijheid zit niet in de juiste woorden, maar in het samen dragen van wat moeilijk is.

Rouw vraagt niet om oplossingen,
maar om zachtheid, tijd en mensen die durven blijven — ook als het ongemakkelijk wordt.

Schuldgevoelens: laat ze bestaan

Prof. dr. Manu Keirse, bekend om zijn werk rond rouw en verlies, begeleidde ouders na het busongeval in Sierre.
Hij vertelt hoe mensen vaak worstelen met schuldgevoelens — en hoe onze maatschappij daar verkeerd op reageert.
We zeggen snel: “Je moet je niet schuldig voelen.”
Maar dat helpt niet.
Volgens Keirse is het gezonder om schuldgevoelens te erkennen, te uiten en erover te praten, in plaats van ze op te kroppen.

Ook bij familie van verslaafden is dat cruciaal.
Praat erover. Deel je gevoel.
Je mag die emoties hebben — ze horen bij het proces van loslaten en helen.

Verslaving blijft een taboe

We leven in 2025, en toch is verslaving nog steeds een taboe.
Ik noem het een onzichtbare ziekte:

  • omdat mensen die verslaafd zijn het vaak goed kunnen verbergen;
  • en omdat er nog steeds te weinig open communicatie over bestaat.

Er zijn talloze opnamecentra en coaches voor mensen met een verslaving,
maar voor familie en naasten is het aanbod nog altijd beperkt.

Daarnaast bestaan er nauwelijks cijfers over hoeveel mensen sterven door verslaving.
Waarom?
Omdat het vaak wordt “verstopt” onder andere doodsoorzaken:
zelfdoding, hartfalen, levercirrose…
Verslaving wordt nog te vaak gezien als een persoonlijk falen in plaats van een gezondheidsprobleem.

En precies daardoor blijven familie en naasten zo onzichtbaar.

Ik vergelijk het graag met iemand die lijdt aan een fysieke ziekte zoals kanker, dementie of Alzheimer.
De omgeving ervaart dan ook gevoelens van verdriet, machteloosheid en angst.
Niemand zou tegen hen zeggen: “Laat het gewoon los, het is hun kanker.”
Toch krijgen naasten van mensen met een verslaving die boodschap wél vaak te horen.

Tot slot: het mag anders

Ons klassieke zorgsysteem bedoelt het goed, maar schiet vaak tekort in het erkennen van de rouw en het verdriet van familie en naasten.
Cursussen, brochures en protocollen zijn er meestal voor de persoon met de verslaving — niet voor wie ernaast leeft.
Daardoor worden gevoelens van familie en naasten vaak geminimaliseerd, terwijl net daar zoveel veerkracht, liefde en pijn schuilgaat.

Het is tijd dat we dat patroon omdraaien.
Dat we leren luisteren, niet van bovenaf, maar naast elkaar.
Dat zorg weer gezellig, menselijk en echt nabij mag zijn.
Dat er ruimte komt om te praten over het rauwe en het zachte, over verlies en over leven.

Rouwen is geen zwakte.
Het is de natuurlijke manier waarop liefde haar weg zoekt als iets verandert.
En precies daarin ligt de weg naar herstel — niet alleen voor de verslaafde, maar ook voor iedereen die meeleeft, meedraagt en meegroeit. ❤️

Bronnen

https://en.wikipedia.org/wiki/Ambiguous_loss

https://en.wikipedia.org/wiki/Five_stages_of_grief