Over mijn ervaring als familielid en naaste — en hoe we deze doelgroep beter kunnen ondersteunen
Deze blog is geschreven voor de verborgen zorghelden.
Voor familie en naasten van mensen met een verslavingsproblematiek, die dag in dag uit dragen wat vaak onzichtbaar blijft.
Maar deze blog is er niet alleen voor hen.
Hij is er ook voor de zorghelden.
Voor hulpverleners, professionals, onzichtbare en zichtbare zorgdragers die met de beste intenties willen ondersteunen, maar soms zoekend zijn naar wat echt helpend is.
Want tussen verslaving en herstel staan altijd mensen.
En die mensen verdienen het om gezien te worden.
Wanneer advies meer sluit dan opent
Misschien zag je het filmpje dat ik onlangs deelde: een eenvoudig reel met de boodschap “ik kuis, voor mij geen advies”. Het was luchtig bedoeld, bijna grappig. En toch raakte het iets wezenlijks.
Want advies geven doen we razendsnel, bij de kleinste dingen.
Vaak goedbedoeld. Vaak vanuit zorg. Maar wanneer het gaat over familie en naasten van iemand met een verslavingsproblematiek, heeft advies soms een averechts effect.
Wat me altijd is bijgebleven uit de periode waarin ik naast iemand met een verslavingsproblematiek leefde, zijn niet alleen de crisissen of de angst.
Het is vooral hoe snel mensen een mening hebben. Hoe snel er oplossingen worden aangereikt.
En in deze situatie waren dat vaak foute oplossingen en meningen, puur uit onwetendheid. Daarom smijt ik dit zaadje in de wereld, zodat het door samen te werken kan uitbloeien tot een mooie bloem. Ook de reacties & de omgeving spelen een belangrijke rol in het herstel van mijn doelgroep.
Ze zitten al op hun tandvlees
Enkele voorbeelden die mij zijn bijgebleven:
Hulpverleners die aan huis kwamen en meteen vroegen: “Waar ligt uw grens?”
Collega’s aan wie ik me kwetsbaar opstelde en die reageerden met: “Je bent nog zo jong, je leeft maar één keer.” Terwijl mijn rugzak al voller zit dan sommige mensen van 60 jaar.
Vergelijkingen zoals: “Mijn zoon experimenteert ook met wiet en ik werk wel.”
Of: “Ik heb migraine en kom ook gewoon werken.”
Ook in praatgroepen merkte ik dat er vooral gesproken werd vanuit het perspectief van de verslaafde: “Laat het los, het is hun traject.”
Psycho-educatie en verzoeningstrajecten waren vaak goed bedoeld, maar opnieuw lag de focus voornamelijk daar.
Wat daarbij vaak vergeten wordt, is dit:
naasten zitten meestal al op hun tandvlees. Ze weten dat ook.
En net daardoor versterken zulke opmerkingen vaak het gevoel van schaamte en falen. Veel mensen trekken zich nog verder terug en zwijgen.
Het klinkt misschien cynisch, maar als samenleving lijken we soms bijna verslaafd aan ons eigen mening en advies geven. Alsof stilte of niet-weten onveilig is. Wat we daarbij vaak vergeten, is dat familie en naasten meestal leven vanuit angst. Angst om te verliezen. Angst om het fout te doen. Angst om nog meer schade te veroorzaken. En angst verlamt een mens.
Wanneer daar nog eens een mening of advies bovenop komt, wat vaak niets anders is dan een weerspiegeling van iemands eigen binnenwereld en angsten, trekt de ander zich vaak verder terug. Niet omdat hij of zij niet wil delen, maar omdat het gewoon te veel wordt.
Misschien zou het leerrijker zijn om minder advies te geven en meer te delen vanuit onze eigen ervaringen. Niet door situaties te vergelijken, maar door te vertellen over onze eigen tegenslagen en hoe we daar stap voor stap doorheen zijn gegaan. Zonder oordeel. Zonder oplossing.
Op die manier ontstaat er geen druk, maar ruimte. En misschien heel voorzichtig ook inspiratie.
Verslaving is een stille ziekte
Wat mensen van buitenaf zelden zien, is wat er zich allemaal opstapelt in het leven van familie en naasten.
In mijn geval betekende dat onder andere:
Politie die mijn huis binnenviel, deurwaarders en schuldeisers aan de deur, berichten via sociale media, de brandweer die mijn deur openbrak omdat ik mijn eigen huis niet binnen kon, voortdurende bezorgdheid over iemand die steeds verder achteruitging, manipulatie & vernederingen van kinds af aan, mijn grootmoeder die mishandeld werd & uiteindelijk ondervoed is opgenomen,..
Tegelijk groeiden spanningen en ruzies, omdat ik mijn eigen grenzen al lang overschreden had.
Ik ben van nature een sterk persoon. Een vechter. Ik geef niet snel op.
Maar ook voor vechters komt er een punt waarop het te veel wordt. Dat punt wordt in onze samenleving nog altijd onderschat.
In mijn eerste werkervaring in de bijzondere jeugdzorg hoorde ik vaak van een collega: “Wie het luidst roept, krijgt het minste.” Ik lach er spontaan mee, want na 8 jaar herinner ik mij het nog alsof het gisteren was. Een gezonde opvoedkundige visie, met heel veel waarde.
Maar in onze maatschappij lijkt het soms omgekeerd: de persoon met de verslavingsproblematiek vraagt — vaak onbewust — veel aandacht, terwijl de mensen die er in stilte naast staan amper gezien worden.
En net daar moet verandering in komen.
Wanneer hulp geen hulp voelt
Ook binnen mijn familie heb ik ervaren hoe moeilijk het is om echt gehoord te worden.
Toen familieleden naar de politie stapten om mijn grootmoeder te beschermen, werden mijn mama en tante eerder uitgelachen dan geholpen.
Zowel cliënten als ik zelf zijn meermaals met politie en hulpdiensten in contact gekomen. Je gaat voorbij je schaamte, durft hulp vragen — en gaat naar huis met lege handen en een nog slechter gevoel.
Na ziekenhuisopnames door een ongeval of overdosis gebeurt het regelmatig dat mensen opnieuw naar huis gestuurd worden omdat de persoon zelf niet wil geholpen worden, terwijl de omgeving smeekt om ondersteuning. “Laat het los mevrouw, het is hun verslaving, niet de uwe.”
Maar stel je voor dat iemand kanker heeft.
Zou je tegen de familie zeggen: “Laat het los, het is hun ziekte”?
Nee. Exact.
Dat doet iets met je vertrouwen.
Met hoe veilig het voelt om nog hulp te vragen.
En toch is dit geen uitzondering. Het gebeurt vaker dan we denken.
Een wereld vol prikkels, maar weinig afstemming
Wat me vooral opviel, is dat mensen vaak in twee uitersten schieten: Ofwel geven ze snel advies, oplossingen, workshops en stappenplannen. Ik vergelijk het soms met snelle snacks langs de snelweg: het voelt even verzachtend, maar op lange termijn voedt het niet.
Ofwel zien mensen dat het niet goed gaat, maar zeggen ze niets.
Dat stilzwijgen komt vaak voort uit onzekerheid. Zorg en emotionele afstemming zijn historisch gezien jonge vaardigheden. Veel van onze voorouders moesten overleven: oorlog, schaarste, primitieve omstandigheden. Dat verklaart veel. Maar het betekent niet dat we moeten blijven stilstaan.
We leven vandaag in een maatschappij waarin alles altijd bereikbaar is. Online durven we alles zeggen. In het echte leven ontbreekt vaak de moed om te blijven zitten bij ongemak, om echt af te stemmen.
Ik kreeg vaak vragen als: “Hoe gaat het met jou?” of “Waar ligt jouw grens?”
Goedbedoeld. Maar op dat moment waren die vragen zo confronterend dat ik mensen begon te vermijden.
Niet omdat ik niet wilde antwoorden.
Maar omdat ik het niet kon.
Ik wist het gewoon niet.
Wat familie en naasten echt nodig hebben
Wat ik toen nodig had, waren geen oplossingen.
Geen tips. Geen stappenplannen.
Wat ik nodig had, was erkenning.
Mensen die begrepen waarover ze spraken — of die durfden zeggen: “Ik weet het niet, maar ik blijf bij je en ik luister.”
Er werden gesprekken en workshops georganiseerd, maar de focus lag bijna altijd op de verslaafde. Daardoor voelde het alsof er weinig kennis en tijd was voor familie en naasten.
In groepsmomenten merkte ik zelfs dat ik zelf degene werd die tips gaf aan anderen, buiten het voorbereidende gedeelte konden hulpverleners moeilijk anticiperen en meegaan met de flow van de groep. En alweer: dit waren hulpverleners die dit deden met de beste bedoelingen, maar als we niet gaan inzien dat onze overheid teveel druk legt op organisaties waardoor ze TE veel doelgroepen in 1 organisatie behandelen, dan gaat expertise en onderzoek verloren. Daarbovenop creëer je medewerkers die geen voldoening halen uit hun job. Dat zegt veel.
Het woord TE is nooit goed, grootmoeders wijze raad, maar ook experten benoemen dit vaak.
Vanuit die ervaring, en mijn achtergrond in de zorg, is Liberté CVD ontstaan: een plek die vertrekt vanuit doorleefde kennis en echte afstemming op familie en naasten van mensen met een verslavingsproblematiek. Alles heb ik opgemaakt met deze gedachtes in mijn achterhoofd ‘wat heb ik gemist?’ & ‘ik wil nooit meer dat iemand zich zo alleen voelt als ik mij heb gevoeld’.
Praktische tips voor de omgeving
Voor iedereen die iemand kent die naast verslaving leeft:
1. Stel andere vragen
Vraag niet automatisch “Hoe gaat het?” om een sociaal wenselijk antwoord te krijgen, maar:
“Hoe is de afgelopen periode voor je geweest?”
Kijk de persoon aan en neem tijd.
2. Geef geen advies, maar erken gevoelens
Vraag simpelweg: “Hoe voel je je daarbij?”
Dat opent meer dan eender welk stappenplan.
3. Forceer geen sociale activiteiten
In het begin is een vertrouwde, veilige omgeving belangrijker dan “onder de mensen komen”, creëer een prikkelarme, rustige omgeving.
4. Vergelijk niet en speel geen hulpverlener
Verwijs door naar gespecialiseerde ondersteuning die deze doelgroep echt begrijpt.
Tot slot
We kunnen geen oplossingen afdwingen, wel zaadjes planten. En wanneer we samenwerken — familie, naasten en zorghelden — kan daar een mooie bloem uit bloeien.
Dit is nog maar het begin.
Verslaving wordt vaak gezien als een fiets zonder remmen. Maar hoe voelt het voor wie ernaast fietst? Daar neem ik je in mee in mijn podcast van 18 februari.
Tot dan!
Warme groet
Charline